Melvin
Jerome Blanc werd op 30 mei 1908 geboren en zou de bekendste
"voice-artist" worden die Amerika ooit heeft voortgebracht. Natuurlijk
kwam eerst de radio en toen de film, voordat Mel op TV te zien was. Onder de
100en stemmen die hij deed zijn die van Porky Pig, Daffy Duck, Bugs Bunny,
Tweety en Sylvester, Pepe Le Pew, Yosemite Sam, Foghorn Leghorn, Marvin the
Martian, Speedy Gonzales, Tasmanian Devil, Wile E Coyote, Captain Caveman en Elmer Fudd.
De eerste TV-serie waarin Mel Blanc te horen was,
was THE JACK BENNY SHOW, een live-show die in
1950 in Amerika te zien was. De show liep tot september 1965 en een paar shows
uit de beginjaren 60 die waren gefilmd zijn in 1977 herhaald op de Amerikaanse
TV. In deze show was Mel te horen als de automotor van Jack (die altijd maar
moeilijk wilde starten!), maar Mel was ook te zien, namelijk als Jack's
vioolleraar prof. Le Blanc.
Mel werkte ook mee aan de eerste "prime time"
televisietekenfilmserie THE FLINTSTONES, als de
stem van Barney Rubble.
Hij deed ook de "stem" van Dino, Fred's huisdier (een
"snorkasaurus"), maar op sommige sites en in de Encyclopedia of
Animated Cartoons wordt ook de naam Chips Spam genoemd.
In THE JETSONS deed Mel de stem van Mr. Spacely, de baas van George
Jetson en in de TV-serie BUCK ROGERS IN THE 25TH CENTURY (1979-1981) had Mel een kleine
rol als de stem van een grappig robotje, Twikki genaamd. Een veel grotere rol
was voor Mel weggelegd in de tekenfilmserie HEATHCLIFF
(1981-1987) als Heathcliff.
Lijfelijk was Mel Blanc maar zelden te zien, maar in een aflevering van THE
BEVERLY HILLBILLIES, een van de leukste series die ik ken en waarvan ik me nog
steeds afvraag waarom die niet eens herhaald wordt, was Mel te zien in een
aflevering uit 1964.
Mel
Blanc overleed op 10-juli-1989, maar door het gebruik van archief materiaal was
Mel toch nog als Dino te horen in de bioscoopfilm 'The Flintstones' uit 1994. Ook in
de 2e Flintstones-film uit 2000 was dat het geval.
Het einde van de tekenfilmpjes bij Warner werd
altijd door Porky Pig (Mel Blanc) uitgesproken met het beroemde stotterende
"That's All, Folks !". Dat zijn ook de woorden die op de grafsteen van
Mel prijken.
Er zijn meer foto's van Mel op internet te vinden, maar daar staat uitdrukkelijk
bij dat er copyright op staat, zodat deze niet op mijn site te vinden zijn. Een
site waarop ook diverse audiofragmenten, alsmede diverse liedjes, te horen zijn
(in Real audio van lage kwaliteit) vind u op de Looney
Tunes RealAudio Showcase. Zelfs een fragment uit THE JACK BENNY SHOW kunt u
daar vinden. Vooral het fragment van een radioshow tijdens de WO II: 'Mel als
Private Sad Sack' is erg leuk.
De naam van Mel Blanc overschaduwt een aantal
andere voice-artists, die echter ook behoorlijk wat stemmen op hun naam hadden
staan, zoals Daws Butler, Paul Frees en Don Messick. Net als Mel, zijn ook deze
drie grootheden overleden.

Paul Frees (1920-1986) is van hen de minst bekende, hoewel hij zijn stem in bijna 200 films
en series heeft gebruikt. Vaak was hij de narrator (verteller) en deed de
stemmen van de tekenfilmfiguren Barney Bear en Ludwig von Drake, een van de familieleden van Donald
Duck die in ons land Professor Dr. Otto van Drakenstein heet. In de TV-serie
THE BEATLES deed Paul Frees de stemmen van John en George. Paul deed ook veel
reclames. Hij was te zien in de film "War of the Worlds" en "The
thing from outer space" waar de foto uit komt. Het is een oude foto, want
de film dateert uit 1951.
Daws Butler werd in
1916 als Charles Dawson Butler geboren en
overleed in 1988. Hij verzorgde de stemmen voor Yogi Bear, Huckleberry Hound, Elroy Jetson,
Snagglepuss, Chilly Willy, Loopy De Loop, Mr. Jinks (the cat), Hokey Wolf e.v.a.
Hiernaast een foto van Daws op latere leeftijd. Door op de foto te klikken komt
u op een van de beste sites op dit gebied die ik ben tegengekomen en waarop u de kunst van Daws ook kunt
horen. Als u naar die site gaat, luistert u dan eens naar Daws
Butler's Demo Tape. Het duurt 6 minuten, maar het is zeker de moeite waard.
Daws Butler is ook te horen op diverse grammofoonplaten, samen met komiek Stan
Freberg. Eigenlijk is de tekenfilm een verlengstuk van de radiocomedies en de
stemkunstenaars die in dit hoofdstuk zijn besproken begonnen dan ook allemaal op
de radio.
Volgens de legende hoorde producer Fred Silverman
in het vliegtuig Frank Sinatra "Strangers in the Night." zingen.
Er zit een stukje in waar Frank "Doobie-doobie-doo," zingt, waar
Silverman al gauw "Scooby-dooby-doo." van maakte en zo een nieuwe
tekenfilmheld (nou ja, held!!) creëerde. Voor de stem van deze vreemde hond werd
Don Messick aangetrokken, die inmiddels al bekend was als de stem van Yogi
Bear's vriendje Booboo. Ook deed hij de stem van de muis Pixie uit THE
HUCKLEBERRY HOUND SHOW (Dixie, het andere muisje, werd gedaan door Daws Butler!)
en
Bamm-bamm uit THE FLINTSTONES.
Don
Messick (1927-1997), hiernaast op de foto samen met Daws (met bril), heeft vele
stemmen verzorgt in tientallen TV-tekenfilmseries die wij ook allemaal gezien
hebben, zoals THE HUCKLEBERRY HOUND SHOW en THE YOGI BEAR SHOW (samen met Daws
Butler), MAGILLA GORILLA (daarin deed hij de stem van Ricochet Rabbit) en THE
FLINTSTONES. Maar weinigen zullen zijn stem hebben herkend in een tekenfilm
van later jaren, TRANSFORMERS, waarin hij ook verschillende stemmen voor
z'n rekening nam, onder andere Scavenger.
Maar hij was vooral Scooby-Doo. Nog tot ver in de 90er jaren was zijn stem te
horen in TV-specials en bioscoopfilms als Scooby-Doo en Booboo.
De bekende speurhond "Droopy", was een
filmheld van 1943 tot 1958. De stem van Droopy werd gedaan door Bill Thompson,
die de stem gebruikte voor Wallace Wimple uit de radio show "The Fibber
McGee end Molly Show". Hoewel Droopy al eerder in TV-series verscheen,
zoals in THE TOM AND JERRY SHOW die van 1965 tot 1972 liep, waren dit allemaal
filmpjes die geproduceerd waren tussen 1949 en 1958. De stem van Droopy werd
daarin niet alleen gemaakt door Bill Thompson, maar later ook door Daws Butler
èn Don Messick. Pas in 1993 werd er een echte TV-serie met Droopy gemaakt met de stem van Don
Messick.
Ook deed Don Messick de stem van Papa Smurf in de
TV-serie THE SMURFS. Deze TV-serie werd ook in Nederland uitgezonden, maar dit
keer werd er nagesynchroniseerd met stemmen van onze eigen stemkunstenaars,
waarover meer in het volgende hoofdstuk.
Ook de tekenfilm TV-serie DEPUTY DAWG werd
nagesynchroniseerd. In
ons land werden de stemmen door verschillende acteurs gedaan, maar in de
orginele versie waren alle stemmen van Dayton Allen.
Hij was al vroeg op TV te horen als de stem van Oky Doky, een bekende pop die
van 4-november-1948 tot 26-mei-1949 een eigen show had op de Amerikaanse
TV-zender DuMont (-1954): ADVENTURES OF OKY DOKY. (later OKY DOKY RANCH). In
1950-1952 werd hij bekend als de Why-Not-Man omdat hij maar één bijdrage had
in een TV-show: in de camera kijken en zeggen: "Why Not?".
Hij zei deze woorden wekelijks in THE STEVE ALLEN SHOW. (Steve
Allen overleed 21-october-2000)
DEPUTY DAWG werd gemaakt door Terrytoons, die ook verantwoordelijk was voor
HECKLE AND JECKLE, wiens stemmen ook door Dayton Allen werden gedaan (later
overgenomen door Roy Halee). Over Dayton Allen heb ik verder weinig kunen
vinden.
Net
als veel tekenfilms ging ook FELIX THE CAT van de
bioscoop over naar de TV. In die TV-serie kwamen naast Felix figuren voor als
Poindexter, The Professor, Rock Bottom, The Master Cylinder en Vavoom. Alle
stemmen werden gedaan door één man: Jack Mercer.
Maar Jack is vooral bekend als ...... POPEYE.
Popeye, die eigenlijk Ham Gravy heette, verscheen
samen met z'n vriendin Olive Oyl voor het eerst in 1919 in een cartoon van Elzie
Segar. In 1932 kocht Max Fleischer de filmrechten en een jaar later was hij voor
het eerst te zien in een tekenfilm van BETTY BOOP. De stem van Betty Boop was
van Mae Questel en de stem van Popeye van William Costello. Toen Fleischer de
Popeye tekenfilms ging maken waren ook William Costello en Mae Questel de stemmen
van Popeye en Olive. Maar William Costello deed steeds moeilijker en
uiteindelijk besloot men hem te ontslaan en op zoek te gaan naar een nieuwe
Popeye. Die vond men dichtbij, want Lou Fleischer hoorde een jonge tekenaar van
Fleischer Studio's het liedje van Popeye zingen met een grappige stem. Het was
Jack Mercer, wiens ouders acteurs waren, maar die zelf liever tekende en
zodoende bij Fleischer terecht was gekomen op de tekenafdeling. Jack Mercer werd
de nieuwe stem van Popeye en hij zou dat 45 jaar blijven doen. En daarom staat
hij ook op deze site, want toen voor de televisie speciale afleveringen werden
gemaakt was Jack nog steeds de stem van Popeye. Behalve dat ging hij ook voor
Fleischer de verhalen schrijven.
De stem van Olive Oyl was van Mae
Questel, die ook nog de stemmen deed van Swee'pea, Sea Hag en Eugene the
Jeep in de speciaal voor TV gemaakte afleveringen.
De eerste Betty Boop stem werd door Little Ann Little gedaan. Mae was 17 jaar
toen ze een wedstrijd won als beste imitatie van Helen Kane, een zangeres die
bekend stond als "Boop-oop-a-doop Queen". Fleischer contracteerde haar
als de stem voor Betty Boop. Ze was de laatste die de stem deed - van 1931 tot
1939. Ze zong zelfs op een plaat: "On the Good Ship Lollipop" (later
bekend gemaakt door Shirley Temple) waarvan er 2 miljoen werden verkocht in de
jaren van De Depressie.
Na Betty kwam Olive Oyl - en na de film kwam de TV. In tegenstelling tot de
eerder genoemde stemkunstenaars, was Mae Questel ook te zien in een aantal films
uit de 60er en 70er jaren. Er is zelfs een TV-serie geweest: SOMERSET, waarin ze
de rol van Miriam Biskin speelde. In 1988 kwam
Betty Boop met Mae's stem weer even terug in de film "Who framed Roger Rabbit".
Jack Mercer overleed in 1985 op de leeftijd van 75
jaar. Mae Questel hield het vol tot 4-januari 1998 toen ze op 89-jarige leeftijd
overleed.