Muziek-series
Ik
keek vroeger naar de serie CIRCUS BOY, dat de
NCRV onder de titel "Corky van het Circus" uitzond van 1961 tot 1963.
Corky werd gespeeld door
Mickey Braddock, de zoon van een restauranthouder uit Hollywood, George
Dolenz. George was zelf ook niet helemaal onbekend met TV, want hij speelde in
1955-1956 Edmond Dantes in een van de vele versies van THE COUNT OF MONTE
CRISTO.
George was in 1908 geboren en in de 20er jaren uit Italië naar Amerika gegaan.
Daar kwam hij in 1950 bij de film terecht.
Mickey was 11 jaar toen hij in 1956 de rol in de serie CIRCUS BOY kreeg en gebruikte
de pseudoniem Braddock (zijn moeder's naam).
Een kindacteur dus, die echter niet in de
vergetelheid zou raken, want hoewel de serie slechts twee jaar liep (maar wel vele jaren
herhaald werd) kreeg hij regelmatig gastrollen in andere TV-series, onder andere
PEYTON PLACE. En hoewel hij acteur wilde worden, zorgde hij ervoor dat zijn
studie niet in de knel kwam. "If you're smart you don't put all your eggs
in one basket", is een uitspraak van hem.
Naar
aanleiding van de Beatles-film "A hard days night", besloot NBC om op basis
daarvan een TV-serie te maken, waarvoor in 1965 een advertentie werd gezet. Er
werd door bijna 500 jongeren gereageerd en één van de vier die werden gekozen
was Mickey Dolenz. Zowel de serie als de groep kregen de naam THE
MONKEES. Mickey
en de Engelse Davy Jones hadden allebei al geacteerd, maar geen enkele muzikale
ervaring. De twee anderen, Mike Nesmith en Peter Tork hadden muzikale ervaring,
maar nog nooit geacteerd.
In de afleveringen van THE MONKEES wordt door hen echt gezongen, maar niet echt
(muziek) gespeeld, hetgeen juist voor de twee muzikanten heel teleurstellend was. De serie had
veel succes en de platen waren millionsellers. Tijdens een persconferentie in
1967 deed Michael Nesmith zijn beklag over het feit dat werd gedaan alsof
"the Monkees" een echte popgroep was, terwijl dat niet zo was. In het tweede
seizoen kregen ze daarom de kans om muzikaal "their own thing" te
doen. Toen de TV-serie in 1968 werd gestopt was de groep nog steeds succesvol,
maar viel snel daarna uit elkaar, waarschijnlijk omdat het "bindmiddel" van de
groep niet de muziek was, maar de TV-serie.
De twee muzikanten gingen hun eigen weg, waarbij vooral Michael Nesmith het met
zijn First National Band goed heeft gedaan. In Nederland hadden ze met
"Silver Moon" een hit in 1971 en Michael Nesmith zonder band in 1977
met "Rio".
Mickey Dolenz en Davy Jones probeerden samen met Tommy Boyce en Bobby Hart, die
veel van de liedjes voor de Monkees hadden geschreven, de groep weer nieuw leven
in te blazen, maar dat lukte niet. Davy Jones wordt af en toe nog wel
gesignaleerd als gast in TV-series.

The Monkees waren bij elkaar gebracht door Don
Kirshner, die ooit begon als manager van zangeres Connie Francis en later samen
met Al Nevins de muziekuitgeverij Aldon Music oprichtte en songwriters
aantrok als Neil Sedaka, Neil Diamond, Carol King, Gerry Gofin en Jeff Bary. Na
THE MONKEES bedacht Don Kirshner een andere groep, waar ook weer een TV-serie
uit voortkwam. Gebasseerd op een comic strip bracht Don Jeff Bary, Ron Dante en
Ellie Greenwich bij elkaar, die platen gingen maken onder de naar "The
Archies". Ze maakten enkele hits, die het tot ons land haalden, waarvan de
bekendste "Sugar, sugar" is. De TV-serie werd een tekenfilmserie met
de titel THE ARCHIE SHOW. De stemmen werden door acteurs gedaan (zie de
categorie onzichtbaar).

Een TV-serie als "podium voor een
muziekgroep", dat gold voor de Monkees en Archies, maar ook voor THE
PARTRIDGE FAMILY, een TV-serie die gebasseerd is op de belevenissen van
"the Cowsils", een muziekmakende familie, net zoals "the Kelly
Family"
Een van de eerste singles van
"The Cowsills" kwam uit in 1965 met "All I really want to be is
me" en "And the next day too". De groep bestond aanvankelijk uit
de vier broers Bill (gitaar), Bob (gitaar en orgel), Barry (bas) en John
(drums). Ze zongen hoofdzakelijk Beatlesongs toen ze optraden op hun vaste stek
Bannisters
Wharf
in Newport. Moeder Barbara kwam er later bij, evenals hun 7-jarige zusje Barbara
en hun broertje Paul.
Ze hadden veel succes en maakten platen op het Mercury label en later MGM. Ze
traden op als gast in veel TV-shows en kregen zelfs een eigen TV-special. Ze
werden daarna benaderd om in een TV-serie te spelen, maar de producers hadden al
een actrice gecontracteerd voor de rol van moeder en dat was voor "The
Cowsills" reden om het niet te doen.
THE PARTRIDGE FAMILY ging van start zonder de familieleden die model voor die
serie stonden.
Begin jaren 70 viel de band uit elkaar, maar diverse leden van de familie
hergroepeerden zich regelmatig. Bob, Paul, John en Susan werden in de 90er jaren
de nieuwe "Cowsills" en brachten de CD "Global" uit. Bill
woont in Canada en is country-zanger en Barry woont in New Orleans en heeft
onlangs een solo-CD gemaakt. Moeder Barbara is in 1985 overleden.
THE
PARTRIDGE FAMILY was als TV-serie succesvol, maar ook diverse platen
bereikten de hitparades. Alle songs werden gezongen door David Cassidy en zijn
stiefmoeder Shirley Jones, hoewel ook Danny Bonaduce later platen heeft gemaakt.
De titelsong was "When we're singing", gecomponeerd door Wes Farrell
en tekstschrijfster Diane Hilderbrand. Die tune kreeg in 1972, 2 jaar na de
start van de serie een andere tekst, gemaakt door Danny Janssen: "Come on,
get happy".
De serie begon ermee dat de kinderen in de garage muziek
maakten en een zangeres nodig hadden, waarvoor moeder werd gevraagd. Tot ieders
verbazing werd het nummer aan een platenmaatschappij verkocht en werd een hit.
De familie besloot toen in een bus het land door te reizen en op te treden,
waarmee de serie van start ging. Het nummer dat zo'n succes had in de serie,
werd ook werkelijk een hit: "I think I love you". In Nederland werd
het in 1972 op maxisingle uitgebracht en bereikte de 2e plaats van de hitparade.
Dat kwam ècht door de TV-serie, want die kwam in 1972 naar ons land. Toen de serie in Amerika uitkwam,
werd het lied bij ons als tip aangemerkt, zelfs twee maal (in november en december) maar
het deed
niets. In mei 1972 begon de NOS de serie uit te zenden en in oktober pas kwam
"I think I love you" de hitparade binnen.
Vrijwel gelijktijdig kwam ook het prachtige "How can I be sure" de
hitparade binnen en bereikte een 12e positie. Dit was echter een soloplaat van
David Cassidy. Ook 1973 bracht een hit voor THE PARTRIDGE FAMILY, namelijk
"Looking through the eyes of love". Het nummer "Walking in the rain"
bleef een tip. Twee soloplaten van David Cassidy haalden dat jaar nog wel de
hitparade: "Rock me baby" en "I am a clown".
Eén
van de afleveringen van THE PARTRIDGE FAMILY diende als pilot voor een nieuwe
muziekserie, met in de hoofdrol Bobby Sherman.
Bobby
Sherman deed in 1969 in ons land een poging om in de hitparade te komen met het
nummer "Little woman", maar het bleef bij een tip. Verder is hij
nauwelijks bekend bij ons, tenzij u begin 70er jaren naar de Belgische TV kon
kijken. Hij speelde namelijk de hoofdrol in de TV-serie GETTING
TOGETHER, ook een
serie die draaide om muziek.
Maar ook daarvoor was
Bobby al regelmatig te zien
geweest in TV-series. Als eerste had hij een optredens in het tienerprogramma
"Shindig", dat tussen 1964 en 1966 op de Amerikaanse beeldbuis te zien
is geweest. Hij deed gastrollen in series als THE F.B.I. en THE MONKEES. Maar
hoewel hij ook platen bleef maken, bleven de hits uit.
In 1968 kreeg hij z'n eerste vaste rol in een TV-serie: HERE COME THE
BRIDES.
Het feit dat hij nu wekelijks op de buis te zien was maakte hem bekend genoeg en
misschien daarom werd in de VS de plaat "Little women" in 1969 een
hit. Bobby maakte concerttours en zijn foto's verschenen in elk tienerblad. Er
waren zelfs lunchdozen met zijn beeltenis erop te koop.
Zijn eigen serie GETTING TOGETHER werd maart-1971
geïntroduceerd via een aflevering van THE PARTRIDGE FAMILY. Maar de serie was
niet succesvol, wat misschien ook kwam doordat ALL IN THE FAMILY op een andere
zender en op dezelfde tijd te zien was.
Bobby zit niet meer in de muziek en leidt sinds
1988 politiemensen van de Los Angeles Police Department op in eerste hulp bij
ongelukken. In 1996 kwam zijn biografie uit.

TV-series over bestaande popgroepen zijn er ook
geweest. Maar meer als tekenfilm-series dan als echte series. Dat is
begrijpelijk, want natuurlijk hadden bijvoorbeeld The Beatles geen tijd (en
interesse) om een TV-serie te maken zoals THE MONKEES.
De (zwart-wit) tekenfilmserie THE BEATLES werd uitgezonden
op ABC van 25-september-1965 tot 7-september-1969. Per aflevering werden 2
verhalen van ca. 10 minuten uitgezonden en elk van die verhalen had de titel van
een Beatle-song. Zo werden er 3 x 26 liedjes vertaald in een korte tekenfilm. De
stemmen werden door Paul Frees (John en George) en Lance Percival (Paul en
Ringo) gemaakt. Het idee van deze tekenfilmserie werd later weer gebruikt voor
de Beatles-tekenfilm "Yellow Submarine". Dit was wel degelijk een
ECHTE Beatlesfilm, dus ook met de echte stemmen van het beroemde viertal. Hoewel
de titelmuziek al bestond (het door Ringo gezongen nummer van de LP
"Revolver") werd de andere muziek speciaal voor de film gemaakt.
Producer George Martin zorgde voor de orchestrale achtergrondmuziek,
Hoewel plannen voor tekenfilmseries van
"Herman's Hermits" en "Freddie and the Dreamers" nooit
werden verwezenlijkt, kwam er begin 70er jaren nog wel een tekenfilmserie uit
van THE JACKSON 5IVE (1971-1973) met de echte
stemmen van de Jacksons.

S CLUB 7 is een vrij nieuwe groep uit Engeland.
Het is in de eerste plaats een "TV-seriegroep", net zoals THE MONKEES.
Ook S CLUB 7 is een groep die bekendheid heeft verworven door een TV-serie,
getiteld: MIAMI 7. De 13-delige serie uit 1999 is opgenomen in Miami
Beach, Florida. In Nederland is de serie uitgezonden door RTL-4 en op BBC was
vanaf januari 2000 al de vervolgserie te zien die in Los Angeles is opgenomen.
Er wordt inmiddels ook aan een bioscoopfilm gedacht.
De Club van 7 (wat betekent die S toch !), 3 jongens en 4 meiden, werden bij
elkaar gezocht door Simon Fuller (S?), de man die ook de Spice Girls (S?) bij elkaar
bracht. Misschien dat de S van S CLUB 7 van zijn voornaam is afgeleid, in ieder
geval heb ik daar nog geen zinnige verklaring voor kunnen vinden. In Engeland
brachten de nummers "Bring it all back" en "S Club Party"
het allebei tot een eerste plaats.

Een serie waar muziek een grote rol in speelde was
FAME, gebasseerd op een bioscoopfilm van dezelfde naam. Het speelde af rond de "School for Performing Arts" te New
York en naast muziek was vooral de dans heel belangrijk. Erica Gimpel, die in de
serie Coco Hernandez speelde zong de titeltune (in de film werd de rol gespeeld
door Irene Cara, die ook de titelsong ten gehore bracht).

Ooit gehoord van Dr. Teeth and the Electric Mayhem
? Waarschijnlijk niet ... of eigenlijk wel, want wie kent nu niet THE MUPPET
SHOW. Niet echt een muziekserie, maar er zat wel veel muziek in. Het huisorkest
van THE MUPPET SHOW was Dr. Teeth and the Electric Mayhem, met de befaamde
drummer Animal en niet te vergeten Zoot op de saxofoon. Een uitgebreide site
over deze band vindt u HIER.
U vindt er meer informatie over de muziek van THE MUPPET SHOW en de films, over
de CD "Kermit Unpigged" (met het mooie nummer "Bein' green",
dat ook door Frank Sinatra op de plaat is gezet)
en natuurlijk over de band zelf.
